De Gekko

 

De wondergekko komt vooral voor in Pakistan.
Het zijn schemer en nachtdieren.
Ze hebben grote schubben, maar hun huid is wel dun en kwetsbaar.
Hun staart heeft een beetje de vorm van de staart van een ratelslang.
Op de rug heeft hij allemaal kleine bultjes en de buik is glad.


Voeding.
Gekko's zijn geen moeilijke eters.
Ze eten vooral krekels, vliegjes en wormen.

De krekels mogen niet groter zijn dan de kop van de gekko.
Meelwormen zijn minder voedzaam, maar het is een goede afwisseling.

Geslacht.
Mannetjes zijn fors van lichaamsbouw en ze hebben een brede kop.
Maar het is beter te letten op de verdikking van de staartwortel van de mannetjes

 


Als huisdier
Ze zijn gemakkelijk te houden en je kunt er heel veel van leren.
Met een beetje geduld kun je ze heel tam krijgen.
Jonge dieren zijn  vaak onrustig en rennen snel weg.
Maar naarmate ze ouder worden, worden ze ook wat rustiger.
De temperatuur dient overdag tussen de 25 en 35 graden gehouden te worden.
's Nachts zo'n 20 tot 25 graden.


Ziektes.
De wondergekko is een sterk reptiel.
Toch kan het soms ziek worden.
Diarree.
Diarree is te herkennen aan de onverteerde uitwerpselen. Vaak het gevolg van een bacterie of virus in het darmstelsel.
Stress.
Het blijft een uitheemse diersoort en is van nature niet gewend om in de buurt van mensen te leven.
Dit hoeft geen probleem te zijn zo lang het dier niet overmatig wordt vastgepakt of overdag wakker wordt gemaakt.  

 

Terug naar archief

Terug naar klasdieren

 

terug naar hoofdpagina